Ongemakkelijk leuk

Afgelopen weekend deed Improv Everywhere voor het eerst iets in Nederland; in New York is het bijna elke maand raak. Hun aanpak vergt voorbereiding maar is simpel. Er is een uitgewerkt scenario, er wordt via internet een groep vrijwilligers opgetrommeld – inmiddels beschikt Improv Everywhere over een bestand van dertigduizend mensen – die pas ter plekke instructies krijgen en dan georkestreerd iets doen. Het gaat altijd om onschuldige interventies in publieke ruimtes: met z’n allen een warenhuis in gaan en daar heel langzaam bewegen; in een café zitten en daar een uur lang in een vaste sequentie dezelfde serie handelingen uitvoeren; je met tweehonderd mensen in Centraal Station verspreiden en op hetzelfde moment allemaal vijf minuten lang bevriezen.

In Amsterdam schaarden honderdtwintig mensen zich plots in een rij voor inderhaast neergezette hekken bij het Nationaal Monument op de Dam en deden alsof ze er een rondleiding zouden krijgen. ‘De kans van mijn leven,’ riep de een, en ‘Het was prachtig, ik sta nu al voor de tweede keer in de rij, ik wil nog eens,’ zei de ander. Na een uur loste de rij zich net zo vlot op als-ie was ontstaan en was er van de actie niets meer te zien. Het grappige was dat nogal wat onwetende buitenstaanders zich, nieuwsgierig geworden, inmiddels in de rij hadden aangesloten. Zij moeten enigszins verdwaasd zijn achtergebleven. Uhm, wat was hier nu te zien en waarom waren al die andere wachtenden ineens verdwenen?

Van elke publieksimprovisatie worden filmpjes gemaakt, die later op internet worden gezet, met toelichtingen en verslagen van de deelnemers. Ze zijn een geweldige opsteker, je wordt buitengewoon vrolijk van die filmpjes. Je ziet de omstanders schuins kijken naar een serie identieke tweelingen die tegenover elkaar op de bankjes van een metrostel zitten, en die elkaars gebaren nauwgezet kopiëren. ‘Huh?’ zie je de omstanders denken. Zien ze het nu goed? Wat raar. Mensen stoten elkaar aan en kijken steeds openlijker. En er gebeurt niets, behalve dat de omstanders van de weeromstuit met besmuikte blikken bij elkaar polsen of zij het óók vreemd vinden en gaandeweg met elkaar gaan praten.

Of er stapt iemand in de metro in zijn onderbroek. Shirt, jas, schoenen: alles aan behalve een broek. Omstanders merken het na verloop van tijd en negeren het. Hm, een gek, niks doen en vooral niet zijn aandacht trekken. Wanneer bij de volgende halte nog iemand zonder bovenbroek instapt, worden de inzittenden van de coupé ongemakkelijk. Hier is iets aan de hand. Maar wat?

Wat er zo geweldig aan is, is de combinatie van onschuldig vertier, gezamenlijk optreden en publieke ingreep. Improv Everywhere haalt dagelijkse routines overhoop en schudt iedereen even zachtjes wakker. Er is iets anders. Wat? Waarom? Wat is hier aan de hand? In de onzekerheid die ze met hun ingreep bij de omstanders creëren, stoten de deelnemers iedereen eventjes uit hun vaste patroon van niet kijken, niet praten. Zo’n coupé vol metroreizigers die zich met half aangeklede mensen geconfronteerd ziet, wordt plots tot een groep aaneengesmeed. Zoals Alex Scordelis, de bedenker van Improv Everywhere zegt: ‘we voorzien ze van een anekdote’.

Maar ’t is meer dan dat. We zijn overal met zoveel mensen dat we geleerd hebben elkaar te negeren, om elkaar zodoende ruimte te geven; en al wie zich afwijkend gedraagt, wantrouwen we een beetje. Improv Everywhere laat zien dat raar ook puur leuk kan zijn.