De Key graaft bij de Kamer van Koophandel?

Gisteren lag ik vroeg in bed, ik was niet in orde. Rond acht uur ging de deurbel, die werd zo ferm ingedrukt dat-ie bleef hangen. Dat gebeurt een enkele keer en dan klinkt het alsof er een bomalarm afgaat. In niets dan t-shirt, vestje en muts-wegens-koud-kaal-hoofd snelde ik naar de voordeur en ik duwde, stom genoeg, uit routine onderweg meteen op de buitendeurdeuropener.

Twee mensen met mappen onder hun armen liepen naar me toe. Ik negeerde ze, liep door tot aan de buitendeur en het bellenpaneel en frummelde daar tot het geloei eindelijk ophield en liep terug naar mijn eigen voordeur. Het stel stond inmiddels halverwege de gemeenschappelijke hal. Ze maakten aanstalten me wat vragen. Ik onderbrak ze, ze zagen eruit of ze me iets wilden verkopen, ik was boos over die bel, kribbig over de verstoring en ik had he-le-maal geen zin in gezeik.

‘Wie bent u? Ik ken u niet, ik ben ziek, ik heb nergens behoefte aan, vort!’, onderwijl wapperbewegingen makend met mijn arm.

‘We zijn van woningbouwvereniging De Key en we doen woononderzoek. Uw adres is gesignaleerd.’

Ik had geen idee wat ze daarmee bedoelden en ik wilde het niet weten ook, ik wilde alleen maar terug naar bed. Ik vergat naar legitimatie te vragen en uit zichzelf toonden ze die geen van tweeën. ‘Ik weet niet waar u het over heeft,’ zei ik, inmiddels nog veel kribbiger.

‘Komt het adres Paleisstraat u bekend voor?’ vroeg de mevrouw, terwijl haar metgezel in zijn papieren rommelde.

‘Ja, daar zit een stichting waar ik in het bestuur zit. Maar wat gaat u dat aan?’ Nu werd ik nog boos op mezelf ook, ik had helemaal niks moeten zeggen: het gaat ze inderdaad geen lor aan, maar ik heb de neiging altijd antwoord te geven als iemand me iets vraagt.

‘Dat adres kwam boven toen we onderzoek deden naar uw huis. Mag ik uw geboortedatum weten?’ ging de mevrouw onverdroten door. Haar collega noteerde iets in zijn grote boek.

Ik werd woest. ‘Nee, dat mag u niet, dat gaat u helemaal niet aan, en hoe komt u in hemelsnaam aan die Paleisstraat, het gaat u geen lor aan in welke besturen ik zit. U heeft bij de KvK gesnuffeld, dat is de enige instantie die zulke dingen weet, dat hoort u helemaal niet te doen,’ riep ik en ging op mijn drempel staan.

‘Niet mijn buurvrouw lastigvallen, he,’ zei een buurman die passeerde, een aardige man die net als ik kaal is maar hij heeft er een kruising tussen een scooter en een motor bij en ik kanker.

‘Nee hoor, dat doen we niet,’ zei de mevrouw van De Key valselijk, en ze keerde zich weer naar mij. ‘Het gaat om een onderzoek naar illegale onderhuur. We hebben alleen bestanden van de Sociale Dienst en van de belastingen gekruisd.’

‘Die weten niets van mijn connecties met besturen,’ bitste ik, ‘u heeft bij de KvK gesnuffeld. En nu ga ik de deur dichtdoen.’

‘Dat zou ik niet doen als ik u was,’ zei het mens, ‘ daar krijgt u last mee, dan moeten we nog een keer terugkomen.’ Last voor hen, bedoelde ze, want zi­j moesten dan terugkomen, ik kon nu fijn terug naar bed en dat was juist heel prettig.

‘Dat zal dan wel,’ zei ik, ‘maar ik ben ziek en ik heb hier nu geen zin in.’ Deur dicht.

Ik vraag me nog steeds af a) hoe en waarom de woningbouwvereniging van wie ik huur weet dat ik connecties in de Paleisstraat heb; b) waarom zoiets bovenkomt in een signaleringsonderzoek; en c) of dit gekruis wel legaal is. Daarnaast hoop ik dat ze terugkomen, dan ga ik ze haarfijn uitvragen voor ik überhaupt zelf ergens antwoord op geef. En dan wil ik weten wat haar schoenmaat is, of ze van mosselen houdt, of ze haar tong wel eens poetst, wat haar geboortedatum is, of haar ouders nog leven en of ze alletwee haar borsten nog heeft. Gewoon, om haar te laten merken hoe het voelt als je privacy wordt geschonden.

PS – Ik heb later die week een formele klacht ingediend bij De Key. Ik schijn binnen tien werkdagen antwoord te krijgen, dat wil zeggen rond 6 november. Ik kom hier vast nog op terug.


Aantal reacties: 27