‘Een cachectische vrouw’

Polikliniek oncologie gebeld, oncologisch verpleegkundige gesproken. Die gaat overleggen met de dienstdoend oncoloog en belt dan terug. Ze vraagt of ik naar de EHBO wil komen. Net na tienen ben ik daar. Verhaaltje vertellen, bloed afnemen, wachten op de internist. De paracetamolletjes helpen goed, de pijn is een stuk minder.

De stoelen zijn van hout en na twee uur mijn billen ook. Ik heb de krant dik en breed uit en pak de computer om een spelletje te doen. Ik speel tegenwoordig vaak SameGame, een Tetris-variant waarbij je drie of meer bolletjes van gelijke kleur op een rij moet manoeuvreren; als dat lukt, verdwijnen ze en krijg je punten. Vannacht droomde ik steeds dat ik die pijnlijke klier tussen twee andere wou wurmen en dat de pijn dan zou weggaan. Het lukte niet, in mijn droom.

De internist onderzoekt me en voelt niets bijzonders aan mijn klieren. Wel ziet ze blaasjes achter op mijn tong. Ze bekijkt de waarden van mijn bloed (alles picobello) en overlegt met de dienstdoend oncoloog. Ze houden het op herpes simplex en ik krijg een recept en een brief mee. Voor wie die brief is, zegt ze er niet bij – voor de huisarts of voor de oncoloog? – en ik vergeet het te vragen.

Het voelt niet alsof die blaasjes de pijn veroorzaken. En van blaasjes op je tong doet je schildklier toch geen pijn als je je hoofd buigt of heft? Ik besluit het er maar bij te laten, dinsdag zie ik mijn oncoloog immers weer en paracetamol helpt, weet ik inmiddels.

Als ik net iets na enen de EHBO uitloop vouw ik de brief aan ikweetnietwie open. Ik word erin beschreven als een ‘niet zieke, cachectische vrouw’. Later zoek ik dat op en vind bij www.dokterdokter.nl: ‘cachectisch: uitgemergeld, erg dun’. Tsk. En dat terwijl ik na de tweede chemo niks ben afgevallen.


Aantal reacties: 3

  1. Kuba ≡ 01 Jun 2006 ≡ 03:38

    Ik sta altijd weer verbaasd over de wijze waarop de dames en heren medici over hun “subjecten” communiceren, en met hun gegevens omgaan.
    Het doet me terugdenken aan een ander opbeurend medisch verhaal in de tijd dat ik mijn oude schoonmoeder verzorgde en haar in haar gang door verschillende ziekenhuizen heb begeleid, nu alweer zo’n 15 jaar geleden.

    Ik kon het toen ook nooit laten om de inhoud van de briefjes, die voor de behandelend arts waren bestemd, na te lezen.
    Want je hoopt daarmee toch een glimp op te vangen van een kundige en trefzekere werkwijze die je een beetje moed en vertrouwen geeft in een onzekere situatie. En daarnaast wil je natuurlijk ook graag weten wat men zoal achter de rug van de patient om afkonkelt.
    Maar meestal bevatten de brieven dolzinnige, 19e eeuwse meta-informatie waarvan je je afvroeg wie daar in godsnaam mee gediend was.
    “Is oud en slecht ter been” plus nog wat algemene opmerkingen over voortschrijdende dementia, stond er o.a. geschreven over een 89-jarige met meerdere kleine herseninfarcten achter de rug.
    Dit als terugkoppeling aan een behandelend arts die dat allang al wist.
    Duh.

    Als gevolg van eerdere slechte ervaringen in de communicatie hadden we de medische dossiers van Lida altijd bij de hand voor als dat plotseling nodig mocht zijn. Om niets aan het toeval over te laten hadden we met grote koeienletters op de kartonnen kaft “Is allergisch voor F…..!” en “Is op medicatie …., mengt zich NIET met ….” geschreven.
    Maar het mocht niet baten.
    Toen ze weer eens in het holst van de nacht met gillende sirenes naar het ziekenhuis werd gebracht, werd met kundig optimisme -zonder het dossier te raadplegen- een fikse spuit gezet met spul dat kennelijk vooraan op de plank stond.
    Waardoor Lida eerst paars gevlekt aanliep, langzaam opzwol, en daarna een tijdje op de behandeltafel lag te stuiteren van de tegenreaktie.
    “Dossier? Oh sorry, niet gelezen…”.

    Helemaal onze fout natuurlijk.
    Op het dossier had 19e eeuwse meta-info moeten staan als “Cave vetula periculosa; danst de tango als de beste, en hoort nog zonder bril”.
    Waarna ze dan met het juiste pilletje onder de tong verkwikt van de behandeltafel zou opveren, om vervolgens op haar bekende, ondeugende meisjesmanier te informeren of er nog spannende mannen van boven de 70 in de buurt waren.

    Die beroerde communicatie zal ongetwijfeld verklaarbaar zijn door de hoge werkdruk van het medisch personeel en de massaliteit van de Zieke-Mensen-Fabriek.
    Maar als je aan de kant van de patient staat (of zelf patient bent) kijk je daar
    toch iets anders tegenaan.

  2. Jose H Dekker ≡ 19 Jun 2006 ≡ 03:38

    eigenlijk in plaats van zinvol commentaar twee vragen aan Karn Spaink nl hoe heb je de MS zo goed oner de knie gekregen en zou je ook kunnen doordringen in mijn patientendossier van het VU zielenhuis?

  3. Bob ≡ 04 Dec 2016 ≡ 12:54

    En dit is dus de reden dat vroeger de envelop dichtgeplakt werd. Het is niet bedoelt voor iemand die er geen verstand van heeft, maar voor de de ogen van de dokter. Je kunt het namelijk niet beoordelen.

Schrijf een reactie

E-mail adressen worden niet getoond noch aan derden doorgegeven.
Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *