Type O Negative & de pijn van het zijn

[Artikel voor de Watt-bijlage voor Dynamo, juni 1995.]

IN AUGUSTUS 1993 bestond Type O even niet meer. Bloody Kisses was net uit, ze hadden twee korte tournees met respectievelijk Life Of Agony en Nine Inch Nails achter de rug en waren net thuis. Er kwam wéér een aanbod om op tournee te gaan, ditmaal met Motley Crue.

Zanger Peter Steele: ‘We wisten niet zeker of we hier ons werk van wilden maken. We jongleerden met ons gewone werk, de band, vriendinnetjes, boodschappen doen en alles wat je zoal in een mensenleven aantreft. Ik hield mijn baan aan omdat ik van mijn werk hield; ik verdiende $35.000 dollar per jaar als vuilnisophaler in New York City. Ik had fantastische werktijden. Maar toen we opnieuw een aanbod kregen, moesten we een beslissing nemen. Ik realiseerde me dat iedereen die iets tot stand heeft gebracht, een risico heeft genomen. Ik wil geen ouwe kerel worden die zich op zijn doodsbed, met slangen in zijn strot en in zijn reet geduwd, zit te verbijten: “Ik had op toernee moeten gaan, ik had op toernee moeten gaan…” Als de eerste de beste lummel een snoepwinkel kan beginnen door een kans te grijpen wanneer die zich aandient, kan ik dat ook. Dus hebben we uiteindelijk allemaal ons werk opgezegd. So far, so good.’

*

SO FAR, TOO good: tijd om een nieuwe plaat op te nemen hebben ze niet eens meer. Sinds het verschijnen van Bloody Kisses is Type O Negative uiterst populair geworden en vraagt de ene band na de andere hen mee op tournee.

Geruime tijd had Type O grote moeite om gehoord te worden. Hun eerdere platen (Slow, Deep and Hard en The Origin Of The Feces) waren hardcore in een periode dat zulke muziek nog niet vreselijk aansloeg; bovendien werden ze achtervolgd door het gerucht dat ze politiek niet zouden deugen, een verhaal dat voornamelijk gebaseerd was op uit hun verband gerukte tekst- en interviewfragmenten. In 1991 werd een tournee in Europa afgebroken omdat de leden van de groep bedreigd werden en betogers hun optredens wisten te verhinderden.

Na Bloody Kisses veranderde dat: deels misschien omdat het commentaar dat de groep op die plaat gaf op de aantijgingen dat ze ‘fout’ waren, tamelijk adequaat was (hoezo een hekel aan immigranten of aan zwarte mensen? ‘We hate everyone’ en ‘Kill all the white people’ zongen ze uit volle borst), maar vooral omdat niemand om de muziek heen kon. Steele wist met zijn lager-dan-lage stem – Michael Gira van de Swans is er niets bij – gotische doom vers leven in te blazen en muzikaal wist de groep hardcore, speed en doom te vervlechten tot een gevarieerde maar hechte eenheid. Ze hadden altijd al een handje gehad van plotselinge tempo- en sfeerwisselingen; op Bloody Kisses weet de groep dat echter tot een kunst te verheffen. In een minuut tijd wordt een hard & heftig nummer afgepeld tot een melancholiek acoustisch intermezzo en in een ommezien wordt het weer opgebouwd tot een flinke dosis gloom en doom. Alsof je het binnenstebuiten keert.

Wat bovendien opvalt is dat Type O, in een periode dat de meeste bands zich schijnen te bekwamen in het louter opvoeren van het tempo, alsof snelheid alleen volstaat, zich juist toelegt op vertraging, het ronder en galmender maken van hun klanken. Zonder dat ze er veel vriendelijker op zijn geworden, trouwens. Zoals iemand van Type O’s Internet-fanclub schreef: ‘Veel bands denken dat ze agressieve muziek nodig hebben om de sfeer van hun teksten te onderstrepen. Type O laat zien dat je negatieve of agressieve teksten heel goed kunt combineren met verhoudingsgewijs langzame, gotische muziek en dat de muziek daar alleen maar “donkerder” van wordt.’

*

NA EEN KORTE rondreis met respectievelijk Life Of Agony en Nine Inch Nails tourde Type O in de zomer van 1994 een paar maanden met Motley Crue, die inderdaad wel een oppepper kon gebruiken en die stilletjes hoopte dat het hoge relgehalte van Type O voor meer aandacht in de pers zou zorgen. De winst van de tournee ging echter vooral naar Type O zelf, die in die twee maanden 50.000 exemplaren van Bloody Kisses verkocht en de t-shirtjes niet aan kon slepen. Daarna verzorgde Type O het voorprogramma van de onzinband Jackyl, uweetwel, die band met dat domme kettingzaagnummer ‘Lumberjack’. (Tot grote hilariteit van het Dynamo-publiek van vorig jaar bleek Jackyl niet overweg te kunnen met het betreffende gereedschap en kostte het de zanger erbarmelijk veel moeite om een barkruk elektrisch doormidden gezaagd te krijgen. Voor het eerst zag ik een band weggelachen worden in plaats van weggefloten.)

In het najaar van 1994 volgde een korte, zelf gefinancierde tournee door Europa. Het was de eerste keer dat Type O hier te zien was; veel oude fans plus degenen die na het verschijnen van “Bloody Kisses” overstag waren gegaan, zagen reikhalzend uit naar deze tournee. Overal traden ze op voor uitverkochte zalen. De optredens waren soms wat rommelig (‘We zijn te lui voor een soundcheck’, meldde Steele, ‘en dat geldt ook voor onze roadies’) maar werden als groot succes betiteld. Nog geen week later begonnen ze aan een volgende Amerikaanse tournee, ditmaal met Danzig en Godflesh. Kort daarop volgde een rondreis van drie maanden met Pantera. Tussendoor trad Steele nog een paar maal op met het voor de gelegenheid herenigde Carnivore, zijn oude band. ‘Vooral voor het geld’, beweert hij.

Momenteel tourt Type O met Queensryche, en het gerucht gaat dat wanneer die tournee is afgesloten, de groep eindelijk tijd heeft om de studio in te gaan. De bandleden hebben al verschillende malen gezegd dat er voldoende materiaal ligt voor een volgende plaat, die waarschijnlijk in de stijl van ‘Cristian Woman’ en ‘Black No. 1’ zal liggen. Zeker weten doen ze dat nog niet, en een voorlopige titel is er evenmin. Gitarist Kenny: ‘We roepen telkens andere namen en de nieuwe nummers veranderen permanent. Dat wil zeggen, ze zijn al klaar, behalve dan dat ze wanneer het eindelijk augustus is geheid anders zullen klinken. Ik weet zeker dat wanneer we de studio ingaan, Pete me allemaal nieuw spul in de maag zal splitsen.’

Fans echter beklagen zich erover dat de setlist niets van het nieuwe materiaal biedt; er zijn wat covers aan toegevoegd (twee oude Black Sabbath nummers en Neil Young’s ‘Cinnamon Girl’). Diezelfde fans beklagen zich er overigens minstens even hard over dat Type O oude favorieten, zoals ‘Unsuccessfully coping with the natural beauty of infidelity’ (beter bekend als ‘Hey Pete’), ‘Der Untermensch’ en ‘Xero Tolerance’, niet of te weinig spelen.

*

DAT TYPE O hun muziek inmiddels serieus neemt, wil niet zeggen dat ze een vreselijk hoge pet ophebben van zichzelf. ‘Tsja, andere mensen gaan elke dinsdagavond bowlen ofzo, ik schrijf toevallig elke dinsdagavond een vreselijk slecht nummer,’ zegt Steele. Vindt hij Type O een goeie band? ‘Ik weet het niet. Het is allemaal nogal persoonlijk. Sommige mensen pakken een pen en beginnen zo maar wat te tekenen wanneer ze in de war zijn of depressief – ik schrijf in dat geval dit soort nummers. Het is alsof iemand zo’n tekening in een museum ophangt, plotseling wil iedereen je handtekening. Ik zie er niet veel bijzonders in. Ik zet mijn pijn op papier, mijn muziek is mijn pijn die in iemands oor klinkt.’

Het kan ze evenmin veel schelen wat anderen van hun muziek vinden: ‘Op het podium voel ik me een poedel die door een brandende hoepel moet springen. Als ik mijn kunstjes niet goed doe, krijg ik geen bot. Of het publiek nu van ons houdt of ons haat, maakt ons niet uit. Ze hebben al betaald. We komen dus op en doen wat we moeten doen, en als mensen het leuk vinden, zoveel te beter. En anders hebben ze pech gehad.’

Dat klinkt stoer, maar klopt niet met hoe Type O on stage is. De band schept er groot genoegen in om lol te trappen met andere muzikanten. ‘Het is chaos en verwarring alom als we optreden,’ zegt gitarist Kenny. Tijdens de Pantera-tournee speelden ze geregeld mee met de hoofdact en paste Steele zijn teksten zo aan dat Phil Anselmo wel moest reageren wanneer de microfoon tenslotte aan hem was (‘Hey Phil, where are you going with that axe in your hand?’).

Belangrijker nog is hun band met het publiek. Als het publiek ze niet lust is Steele nooit te beroerd om een ferm potje te gaan schelden; het podium is van hem en dat zal iedereen die hem dat recht betwist, weten ook. Maar doorgaans blinkt hij uit in vriendelijk, soms zelfs bezorgd advies om op te passen met stage-diven (‘pas op dat je je nekt niet breekt en let op de gezichten van al die mooie vrouwen hier’), vertelt hij korte verhaaltjes over het hoe & wat van allerlei nummers en gedraagt hij zich aanzienlijk meer communicabel dan zijn imago als aartsmisantroop doet vermoeden.

Wat er te verwachten valt wanneer Type O op Dynamo en op Landgraaf verschijnt, weet niemand. Al was het maar omdat het publiek daar massaler is dan Type O ooit heeft meegemaakt: verder dan tienduizend mensen hebben ze het nog niet geschopt. Bij het zien van de honderdduizend die er op Dynamo zullen staan, zal zelfs Type O eventjes onder de indruk zijn.


Schrijf een reactie

E-mail adressen worden niet getoond noch aan derden doorgegeven.
Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *